zaterdag 23 november 2013

Te weinig succes voor broedende wadvogels

De scholekster en de kluut en andere wadvogels brengen te weinig jongen groot. Dat is de conclusie van een rapport dat deze maand verscheen. Tien soorten werden onderzocht. Er werd bekeken hoeveel jongen ze in de jaren 2009 en 2010 grootbrachten in het waddengebied. Stormvloeden, roofdieren en minder voedel zijn de belangrijkste oorzaken.

Sinds 2005 worden de broedresultaten van kenmerkende wadvogels in de Nederlandse Waddenzee gemeten. Sinds 2010 gebeurt dat samen met Duitse en Deense onderzoekers. In 2009 en 2010 bleek dat vijf soorten echt in de problemen zitten: de eider, scholekster, kluut, visdief en noordse stern. Ze brengen te weinig jongen groot en er komen te weinig paartjes tot broeden.
Bij Lepelaar, Kokmeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Grote Stern is het beeld wat wisselender. Alleen voor de lepelaar ziet het er wat beter uit.

Kwelders lopen door stormvloeden onder waardoor nesten wegspoelen. Nesten van scholeksters, kluten, sterns, kokmeeuwen en lepelaars gingen verloren. Men verwacht dat we vaker last zullen krijgen van de stormvloeden.

Een andere belangrijke oorzaak voor slechte broedresultaten zijn de roofdieren. Bruine ratten en verwilderde katten eten soms grote aantallen eieren of kuikens op. In gebieden waar de vos loopt hebben de nesten en jongen onder de vos te lijden.
Daarnaast is de afgenomen voedselbeschikbaarheid een probleem. Bovendien gaat begrazing van kwelders ten koste van nesten.

Onderzoek op de Wadden
Het Waddengebied van Nederland, Duitsland en Denemarken is Werelderfgoed en één van de belangrijkste natuurgebieden van Europa. Voor 10 tot 12 miljoen watervogels is het een pleisterplaats en overwinteringsgebied. Langs de randen van het Wad broedt een groot aantal bijzondere broedvogels. Die worden sinds 1991 intensief geteld en gevolgd in het kader van het trilaterale samenwerkingsprogramma TMAP. Het broedsucces van tien soorten wordt gemeten in het Reproductiemeetnet Waddenzee van Sovon Vogelonderzoek Nederland en IMARES. Ze werken samen met vrijwilligers, diverse soortspecialisten en de terreinbeheerders.
Bron: Natuurbericht

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Persbureau Ameland